Over minder dan een week zijn de Europese verkiezingen, waarvan de opkomst nog altijd zeer laag ligt. Zo’n 60% van de stemgerechtigden bleef in 2019 weg van het stemhokje. Hoe kunnen we meer mensen warm maken voor het Europese Parlement?
“Stempas al binnen? Want verkiezingen, alwéér ja.” Zo begint de beschrijving van de meest recente NOS op 3-explainer over de Europese verkiezingen. Alwéér verkiezingen, mochten mensen na de shock van vorig jaar denken dat ze even rustig uit konden ademen. Maar op 6 juni, over minder dan een week, mogen maar liefst 400 miljoen Europeanen hun stem uitbrengen.
De video van NOS op 3 legt uit hoe dat ‘stemmen op Europa’ precies werkt. Natuurlijk compleet in NOS explainerstijl: genoeg leuke tussenshotjes, wetten die worden uitgelegd aan de hand van patat en friet, en een speciale app waarop je kan zien welke partijen samen een fractie vormen. Ook besteden ze speciale aandacht aan het ontstaan van de Europese Unie.
Hiermee tackelt de NOS twee problemen rondom de EU: ze voorkomen niet alleen dat het voor veel mensen nodeloos ingewikkeld wordt (ze geven zelf ook toe: het duurde heel lang voordat wij het zelf ook begrepen), maar ook een ander probleem: dat veel mensen het geen biet interesseert wat er in Europa gebeurt. Die desinteresse blijkt ook nog steeds uit de opkomst: bij de Tweede Kamerverkiezingen ligt die gemiddeld rond de 77%, terwijl bij de Europese verkiezingen, die om de vijf jaar plaatsvinden, slechts 40% van de kiezers in 2019 hun weg naar de stembus wist te vinden.
Het is misschien wat oppervlakkig om alleen op de opkomst van een verkiezing af te gaan, maar het is nog steeds geen geruststellende gedachte dat 240.000.000 mensen die keuze om niet te stemmen (bewust) maakten. Hoe kan dit? Hoogleraar Europapolitiek Pieter de Wilde: “Ik denk dat het een beetje te ver van sommige mensen afstaat.” Waar de nationale politiek een dichtbij staat en een vertrouwd systeem kent, is wat in het Europese Parlement besproken wordt voor veel mensen soms een groot raadsel. Hoe maken we de Europese verkiezingen tastbaarder voor Nederland?
Om de vraag waarom Nederlanders Europese verkiezingen zo ingewikkeld vinden interviewde BNR vorige week Peter Kanne van onderzoeksbureau Ipsos I & O. Uit hun onderzoek bleek dat de grote meerderheid van de Nederlanders geen idee hebben op wie er tijdens een Europese verkiezing gestemd wordt. De reguliere ‘poppetjes’ van de Tweede Kamer zijn namelijk ineens vervangen door een enorme waslijst met Europarlementariërs. De leden van dit parlement hebben vaak een stuk minder naamsbekendheid dan hun nationale equivalent: Bas Eickhout bijvoorbeeld, de ‘meest bekende’ europarlementariër op de kieslijst en spitzenkandidaat van het groene flank, wordt slechts door 11% van de Nederlanders herkend.
Daar ligt ook gelijk een groot deel van het probleem: veel namen komen niemand bekend voor, omdat de campagnevoering rondom de Europese verkiezingen nog altijd van een matig niveau is. Waar bij de Tweede Kamerverkiezingen de campagnespotjes, reclames, en posters maanden van tevoren uit de kast worden getrokken, komt de campagnevoering van veel Europese partijen maar moeilijk op gang in de media. Eén van de uitzonderingen dit jaar is GroenLinks-PvdA.
Hun campagnefilmpje ‘maak een afspraak met jezelf’ legt ook de nadruk op het feit dat heel veel mensen tegenwoordig kennelijk ‘vergeten’ om te stemmen, of het simpelweg te weinig interesseert. De centrale boodschap van het filmpje? Zet de verkiezingsdatum vooral in je agenda. Niks over de Europese ideologie van de partij, over waar ze voor staan of met wie ze straks allemaal in een fractie zitten. Als je je dan afvraagt of vergeetachtigheid of desinteresse de boosdoener is voor de lage opkomst, dan denk ik vooral aan dat laatste.
Naast dit soort korte campagnefilmpjes is er weinig te zien als het om informatie over de Europese verkiezingen gaat. Die online campagnes kosten geld, en veel politici hebben na hun vorige verkiezingen niet veel middelen over om hun partij te promoten. Veel van de campagnevoering die nu plaatsvindt gebeurt, in tegenstelling tot onze Tweede Kamerverkiezingen, vooral achter de schermen.
Terwijl juist die informatie nodig is om Europa dichter bij de lidstaten te brengen: als je geen beeld hebt van hoe de partijen precies te werk gaan, hoe een Europese wet tot stand komt of wat de rol is van elk land in Europa, waarom zou je dan nog gaan stemmen? Voor veel potentiële (nieuwe) stemmers is die informatie enorm belangrijk. Ik weet nog hoe veel waarde ik hechtte aan stemmen op de gemeenteraadsverkiezingen, nadat ik me had ingelezen over het nut ervan.
“Het wantrouwen in Europa is jammer, maar niet geheel onlogisch”
Ook de media spelen hier een rol in: die kiezen er vaak voor om de Europese verkiezingen niet prominent naar voren te laten komen in hun berichtgeving. Explainers zoals eerder genoemd worden vaak wel gemaakt, maar nog steeds is er weinig online over te vinden. Ja, er worden debatten en andere evenementen voor georganiseerd, maar erg populair onder de massa zijn ze nog niet. Dat zie je ook terug in de kijkcijfers; video’s en programma’s over de Nederlandse politiek liggen nog altijd aan kop. Volgens hoogleraar Europapolitiek Pieter de Wilde hoeven we ons in ieder geval geen zorgen te maken: “Wees niet ongerust als je nog niet zoveel gehoord hebt over deze verkiezingen, dat komt meestal pas in de laatste maanden van zo’n campagne.” Oordeel zelf of dat inmiddels gelukt is.
Een oplossing hiervoor zou kunnen zijn om meer bekende gezichten uit de nationale politiek te betrekken bij de Europese Unie. Frans Timmermans bleek bij de vorige verkiezingen erg populair, omdat hij voor veel stemmers een bekend gezicht was. Veel kiezers zullen zich vertrouwder voelen bij een kandidaat die ze al kennen uit de nationale politiek.
Een ander probleem is het al maar toenemende wantrouwen richting de Europese Politiek. Bijna een op de drie burgers heeft volgens Ipsos I & O geen vertrouwen in het Europees Parlement. Veel van die burgers en eurosceptische politici zien Brussel vooral als bemoeial, die een te grote machtspositie heeft en graag de touwtjes in handen wil hebben. Dat wantrouwen in Europa is jammer, maar niet geheel onlogisch. Veel deals en onderhandelingen gebeuren immers nog steeds achter gesloten deuren.
Het transparant maken van wat er in die achterkamertjes gebeurt zou een goede oplossing voor dat wantrouwen kunnen bieden. Bovendien wordt het hierdoor toegankelijker voor de kiezer om na te denken over de vele besluiten van de EU.
Omgekeerd is het een vicieuze cirkel: zolang mensen geen heldere, concrete informatie krijgen hoe de besluitvorming in zijn werk gaat, zullen ze de Europese politiek steeds meer wantrouwen, en zodra ze het vertrouwen verliezen, zullen ze zich minder snel inlezen. Iemand die in een artikel van de NOS aangeeft bewust niet te hebben gestemd bevestigt dit idee: “Mijn belangrijkste reden is dat het een té ver-van-mijn-bedshow is. Je hoort niet zo vaak over wat er in het EP wordt besproken. Het blijft heel vaag hoe het werkt en waarvoor ik stem. Dan is het een soort protest om niet te stemmen: hier ben ik het niet mee eens.”
Op 16 mei publiceerden de fracties PVV, VVD, NSC en BBB hun hoofdlijnenakkoord voor de komende vier jaar. Over Europa staan er een aantal kernzinnen in, waaronder deze: “In Europa wordt met lef alles op alles gezet om Europese richtlijnen zo aan te passen dat ze werkbaar zijn en het verdienmodel ondersteunen.”
Het is een mooie samenvatting van de trend die we de afgelopen maanden hebben gezien in de Nederlandse politiek. Het debat over Europa gaat steeds minder over de inhoud, en steeds meer over de macht van Brussel, met als vaste conclusie dat die invloed moet worden teruggedrongen. Een deel van de Europaplannen in het hoofdlijnenakkoord zijn dusdanig onvolledig uitgewerkt dat het onmogelijk is er iets concreets tegenin te brengen, andere delen zijn op zo’n manier onderbouwd dat het in de praktijk onmogelijk uitvoerbaar zal zijn.
Waar media zoals de NOS hun best blijven doen om mensen duidelijk te maken waarom een Europese democratie zo belangrijk is, lijken de coalitiepartijen die aan die democratie bij zouden moeten dragen hier steeds minder om te geven. Het is onwaarschijnlijk dat ons aankomende kabinet daar veel verandering in gaat brengen. De Europese vraagstukken zijn in Nederland met dit nieuwe kabinet aan het versmallen naar de vraag ‘of we nog baat hebben bij Europa.’
Dit maakt de drempel om naar de stembus te gaan voor veel twijfelende kiezers alleen maar groter. Wie al enigszins sceptisch keek naar de legitimiteit van het Europees Parlement, ziet dat beeld in dit huidige kabinet alleen maar bevestigd worden. Veel niet-kiezers hebben ook het idee dat ze hierdoor niet gehoord worden. “Mijn stem verandert toch niets, Europa is daar te groot voor”, zegt een niet-stemmer.
Waar het debat eerst draaide om het aanpakken van grote crises die lidstaten onmogelijk in hun eentje konden oplossen (immigratie, klimaatverandering, de oorlog in Oekraïne), wil onze regering nu vooral een uitzonderingspositie voor hun eigen plannen behalen. De pulsvisserij moet terug, we structureel tot de categorie lidstaten met de strengste toelatingsregels van Europa behoren, en dat alles met veel ‘lef’. Wat dat ook mag betekenen.
Casper Thomas benoemt het probleem in de laatste Groene Amsterdammer: “De holle, uit de koker van Caroline van der Plas afkomstige formulering dat ‘met lef alles op alles wordt gezet om Europese richtlijnen aan te passen’, kan niet voorkomen dat Den Haag naar alle waarschijnlijkheid ‘nee’ te horen krijgt van Brussel op de vraag of Nederland een uitzondering mag krijgen. En wanneer dat gebeurt zullen de coalitiepartijen met een beschuldigende vinger naar de EU wijzen als reden waarom ze hun programma niet uitgevoerd krijgen.”
Deze ‘dat gaan we in Europa wel regelen’ mentaliteit van het kabinet zal dus waarschijnlijk niet heel succesvol blijken. En daarmee verliezen de partijen de belangrijkste problemen die in Europa spelen uit het oog. In een tijd waar crisis na crisis zich opstapelt kunnen we juist wel wat gezamenlijk Europees beleid gebruiken.
Daarom is een hoge opkomst voor de verkiezingen belangrijk. Als de relevantie en transparantie van het Europese beleid toeneemt, zal de Europese Unie vanzelf meer waardering krijgen. Een Ever Closer Union, waarin de democratie centraal staat. Daarin moet de voorziening van informatie centraal staan: het debat moet draaien om de inhoud, en niet om lidstaten die uit eigenbelang ‘met een bak lef’ verhaal gaan halen bij Brussel.
Natuurlijk is dit beeld een vorm van wishful thinking, en zal er nog heel wat moeten gebeuren voordat de opkomst van de Europese Verkiezingen kan concurreren met die van ons eigen kikkerlandje (of dat ooit gaat gebeuren vraag ik me af). Tot die tijd is het belangrijk om de betekenis van de Europese Unie zo goed mogelijk voor te leggen aan de kiezer, transparantie en informatievoorziening zijn daar slechts onderdeel van. Je kan met een explainer versimpelen tot je een ons weegt, maar als het nut van Europa niet duidelijk wordt, blijven mensen het denken: “Nee he, alwéér verkiezingen.”
